Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Heb je je ooit afgevraagd waarom sommige eigenaardige tradities blijven bestaan, of welke vergeten volkshelden ooit de straten van onze steden onveilig maakten? In het pas verschenen boek ‘Het geheugen van Vlaanderen’ nemen erfgoedorganisatie Histories en uitgeverij Lannoo je mee op een nostalgische en verrassende ontdekkingsreis door ons gedeelde verleden. In plaats van droge jaartallen en veldslagen focust het werk op de levende volkscultuur, menselijke anekdotes en tastbare voorwerpen die onze regio hebben gevormd.
Het boek verzamelt 70 verrassende verhalen die variëren van historische curiositeiten tot diepgeworteld volksgeloof en dankt zijn kracht aan de samenwerking met Histories vzw, de overkoepelende organisatie voor erfgoedvrijwilligers. Vele heemkundigen, archeologen, archivarissen en metaaldetectoristen leverden de bouwstenen. Dit leidde tot een bundeling van herkenbare, nostalgische en soms bizarre momenten uit onze geschiedenis: vergeten tradities, heksenprocessen, volksfeesten en bijzondere archeologische vondsten, bizarre dorpsheldendaden (zoals de inwoners van Bocholt die hun kerktoren verplaatsten) en smokkelverhalen uit de grensstreek.
Specifieke voor het werkingsgebied van Erfgoed Noorderkempen zijn er de verhalen over de unieke enclavegrens in Baarle-Hertog, de geheimzinnige baardmankruiken, het speelgoed uit de Turnhoutse ondergrond en de dodendraad.
De grens van Baarle-Hertog: Een unieke geopolitieke puzzel
“In Baarle loopt de Belgisch-Nederlandse grens door straten, winkels, terrassen en zelfs huizen. Het is het gevolg van een middeleeuwse overeenkomst en enkele latere complexe berekeningen.”
Een van de opvallendste streekgebonden thema’s in het boek betreft de Noorderkempen en in het bijzonder de uitzonderlijke grenssituatie van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau. Baarle is ’s werelds meest ingewikkelde enclavedorp, waar 22 Belgische enclavedelen in Nederland liggen, met daarbinnen nog eens 7 Nederlandse sub-enclaves. Het boek ontrafelt hoe deze grillige grenslijnen in de middeleeuwen zijn ontstaan door grondtransacties tussen de Hertog van Brabant en de Heer van Breda, maar vooral hoe de bewoners hier in de praktijk mee omgingen.
Zo zijn er de grenslijnen die dwars door voordeuren, woonkamers en cafés lopen, die eeuwenlang voor unieke situaties zorgden. Bleek de sluitingstijd voor horeca in Nederland strenger dan in België? Dan verhuisden de gasten simpelweg naar de achterzijde van het pand om op Belgisch grondgebied verder te drinken. Het boek belicht ook de praktische uitdagingen van twee burgemeesters, twee gemeenteraden, twee postcodes en twee straatnetwerken op één vierkante kilometer, wat zorgde voor een unieke mengelmoes van folklore, grensbewaking en Kempense slimheid.
Het mysterie van de bebaarde kruiken
Een ander boeiend hoofdstuk, uit eigen pen, over materiële volkscultuur gaat over de zogenaamde baardmankruiken, kruiken herkenbaar aan de afdruk van een grimmige, bebaarde mannenkop op de hals. Oorspronkelijk werden deze baardmannen geproduceerd in het Rijnland en kwamen ze in onze streken via handelsroutes voor het transport van bier, wijn en olie. Dergelijke kruiken worden vandaag de dag bij archeologisch onderzoek of door metaaldetectoristen en heemkundigen teruggevonden in de Kempense bodem en oude hoeven, zoals in Merksplas. Ze vormen een archeologisch mysterie die de brug slaan tussen dagelijks gebruiksvoorwerp en magisch volksgeloof. In het volksgeloof kregen ze vaak een magische lading en werden de baardmankruiken ook gebruikt als heksenfles. Men vulde de kruik met spijkers, haar, urine en spelden en werd onder de drempel of de haard van een woning begraven om heksen, kwade geesten en ziekten af te weren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke heksenfles is deze die gevonden werd bij het archeologisch onderzoek aan het Zegeplein in Turnhout, en die zelfs de wereldpers haalde.
Knikkeren en miniatuurautootjes
“Wie aan archeologie denkt, ziet meestal gebruiksvoorwerpen van volwassenen voor zich. Maar onder de aarde bevinden zich ook sporen van hoe kinderen vroeger speelden: met knikkers, miniatuurpotten en speelgoedautootjes.”
Het hoofdstuk over knikkeren en miniatuurautootjes, ook geschreven door mezelf, brengt een heerlijke dosis nostalgie naar boven. Het toont hoe het speelgoed van toen niet zomaar een tijdverdrijf was, maar een spiegel van de tijdsgeest. In dit stuk duik ikzelf in het alledaagse kinderspel van voorbijgaande generaties. Het herinnert ons aan een tijd waarin speelplaatsen, stoepen en zanderige paadjes veranderden in een bruisende arena voor jonge strategie-experts. Van de glinsterende ‘oliebollen’ en ‘kattenogen’ tot de zware ‘bonken’ of ‘reuzen’: knikkeren was een heuse sport met strikte regels en tactieken. Het kuiltje in de aarde besliste over winst of verlies, en menig kinderbroek kwam thuis met versleten knieën van het urenlange schuren over het asfalt.
De opkomst van merken zoals Dinky Toys, Corgi Toys en Matchbox bracht de opkomende autocultuur van de 20e eeuw rechtstreeks naar de huiskamer. Kinderen verzamelden hun droomwagens in het klein, parkeerden ze op een getekend stratentapijt of lieten ze racen langs de plinten van de gang. Voor mij blijven de speelgoedautootjes uit de ondergrond van Turnhout mij emotioneel bij. Hoe leuk was het immers dat we de kinderen van toen na ruim vijftig jaar hun verloren speelgoedautootjes terughaalden.
Smokkelen langs de grens en de ‘Dodendraad’
De grensstreek van de Noordelijke Kempen (van Ravels, Baarle-Hertog, Hoogstraten tot Essen en Wuustwezel) kent een rijke geschiedenis van smokkel. Zo is het verhaal van één van de opvallendste figuren in de grensstreek dit van van Het Klaveren Vrouwke. Tijdens de Eerste Wereldoorlog smokkelde zij en vele anderen boter, zeep en berichten over de meedogenloze en elektrische Dodendraad op de grens tussen België en het neutrale Nederland. Het boek belicht hoe hele Kempense grensdorpen leefden van de grens. Anekdotes over hoe men douaniers te slim af was met dubbele vloeren in wagens, geheimzinnige wandelroutes en ‘blauwen’ (smokkelen) typeren de lokale cultuur in deze regio.
Het geheugen van Vlaanderen is een aanrader voor iedereen met een hart voor geschiedenis, volkscultuur en lokale verhalen. Het leest als een ontdekkingsreis door het eigen verleden en brengt cultuurhistorisch erfgoed op een eigentijdse manier weer tot leven.
‘Het geheugen van Vlaanderen. Kleine verhalen, grote histories‘, 296 pagina’s boordevol nostalgie en streekgeschiedenis, is verkrijgbaar bij de betere boekhandel.











