Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Naar aanleiding van de aanleg van een verkaveling aan Opstal in Oud-Turnhout, vond daar in het najaar van 2019 een grootschalig archeologisch onderzoek plaats. Het proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd in mei 2019, toonde immers de aanwezigheid aan van sporen uit de metaaltijden naast vondstconcentraties met laatmiddeleeuws aardewerk. De opgraving heeft dit vooronderzoek bevestigd. Zo werden er twee in elkaar geplaatste klokbekers uit het Laat-Neolithicum teruggevonden naast gebouwplattegronden uit de Karolingische periode en twee enorme kuilen met pottenbakkersafval uit de 14de en de 15de eeuw (helaas zijn er geen resten teruggevonden van pottenbakkersovens). Het volledige opgravingsverslag kan nagelezen worden via deze link, een eerste update over de materiaalverwerking kan je hieronder lezen.
Begin dit jaar werd het idee opgevat om iets te doen met het vondstenmateriaal uit de opgraving Opstal. Al snel groeide het plan om dit te doen met vrijwilligers. Op 30 juni werd in het archeologisch erfgoeddepot van Erfgoed Noorderkempen een eerste schervenmoment georganiseerd dat nu elke dinsdag wordt herhaald. En met succes, de groep enthousiaste puzzelaars groeit steeds aan. Er is dan ook veel te doen en te beleven: uitzoeken welke scherven bij elkaar horen en langzaam maar zeker de potten zien groeien tot herkenbare voorwerpen.
Iedereen is welkom om mee te komen helpen aan ‘het verhaal van Opstal’, er wordt gewerkt elke dinsdag van 9 tot 16u. Ervaring is niet nodig, zin in avontuur wel.
Twee afvalkuilen, veel scherven
Kuil S1011
Als eerste context werd het materiaal van kuil S1011 op tafel opengelegd. Deze afvalkuil – goed voor ruim 10.300 scherven (of omgerekend een 340 kg) – werd aangetroffen aan de zuidrand van het onderzochte plangebied en was komvormig van opbouw. Onderin deze kuil werden de resten teruggevonden van een houten ton die dendrochronologisch kon worden gedateerd rond 1373. Voorlopig kan deze context dan ook gedateerd worden in het laatste kwart van de 14de eeuw.
Het schervenmateriaal is echter heel fragmentair en bestaat voor het merendeel uit grijsbakkend aardewerk. Helaas was het onmogelijk om uit de grote massa scherven herkenbare (of archeologisch volledige) voorwerpen samen te stellen. Verder onderzoek zal zich dus voornamelijk moeten gebeuren met losse rand-, wand- en bodemscherven. Toch kon al wel worden vastgesteld dat het merendeel van de randscherven afkomstig zijn van open vormen zoals kommen en teilen, beiden op uitgeknepen standlobben. In een minderheid zijn er ook scherven gevonden van kannen en grapen (kookpotjes op drie poten). Opvallend is dat de kommen niet verfijnd zijn afgewerkt en het haast altijd misbaksels betreft. Verder onderzoek zal nu moeten uitwijzen of dit pottenbakkersafval het resultaat is van een kortstondige productie (mogelijk door een rondtrekkende – beginnende – pottenbakker) dan wel de resten zijn van verschillende ovenladingen. Ondervertegenwoordigd is het roodbakkend aardewerk. In tegenstelling tot het grijsbakkend aardewerk behoren de gevonden voorwerpen (veelal grapen) tot deze aardewerkgroep tot de categorie gebruiksaardewerk en zijn het vermoedelijk resten van de persoonlijke bezittingen van de pottenbakker.
(lees verder onder de foto’s)
Kuil 2069
Eveneens aan de zuidrand van het onderzochte terrein werd een ovaal komvormig spoor aangetroffen met een vulling van klei en scherven. Uit deze kuil kwamen ruim 2.000 scherven voornamelijk in roodbakkend aardewerk. Ook hier betreft het productieafval (ingezakte potten, te zacht gebakken, gescheurde randen, e.d.). Opvallend is wel dat dit materiaal verzorgder is dan het grijsbakkende aardewerk uit kuil S1011. De voorwerpen zijn nog spaarzaam geglazuurd, vooral op de bodem en schouder.
Het is deze context die momenteel de aandacht trekt en waarmee nu gewerkt wordt. Het geduldig puzzelen wordt wel beloond. Zo zijn er al vele deksels en (pap)kommetjes verlijmd en groeien er verschillende grapen en voorraadpotten. Het leuke aan deze afvalkuil is dat de samengestelde potten van archeologisch (dat deze een herkenbare vorm hebben) tot haast volledig zijn en samen een mooi beeld geven van het gebruiksaardewerk uit de periode eind 14de – begin 15de eeuw.
In een volgende blog – en na het vele puzzelen – gaan we dieper in op de vele vondsten. Tot snel, tot in het depot!
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 2: Sfeerfoto (Foto: Erfgoed Noorderkempen).
- Afb.3: Situering van de twee pottenbakkersafvalkuilen.
- Afb. 4: Kuil S1011 – doorsnede (Foto: J. Verrijckt Archeologie & Advies).
- Afb. 5: Kuil S1011 – restant van de houten ton (Foto: J. Verrijckt Archeologie & Advies).
- Afb. 6: De randscherven van kommen uit kuil S1011 op tafel (Foto: Erfgoed Noorderkempen).
- Afb. 7: Kuil S2069 in het vlak (uitgegraven in een greppel) (Foto: J. Verrijckt Archeologie & Advies).
- Afb. 8: Kuil S2069 – doorsnede (Foto: J. Verrijckt Archeologie & Advies).
- Afb. 9 tem 14: Sfeerbeelden van de dinsdagen met enkele vondsten (Foto’s: Erfgoed Noorderkempen).



















