Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Iedereen die opgroeide met F.C. De Kampioenen kent natuurlijk het cliché van de typische Belgische duivenmelker: bezeten door het spel, altijd turend naar de lucht wanneer de duiven moeten vallen, en bereid om ver te gaan voor de overwinning. Dat beschrijft Fernand Costermans ten voeten uit. Op het duivenhok naast zijn antiekwinkel broedde hij samen met zijn maat Fons continu op plannetjes om zijn rivaal-duivenmelkers te snel af te zijn. En hoewel de lepe antiquair er op tv om bekendstond al eens creatief met de regeltjes om te springen, zou zelfs een vogel als zijn kostbare ‘Simpele Duif’ ongetwijfeld gediend zijn met een flinke scheut duivenelixir in het drinkwater.
Maar wat is nu de link tussen Fernand Costermans en deze blog: een klein Aviol-flesje uit de opgraving op de site Brepols (Turnhout, 2009) …
Een sport voor het volk
In de 19de eeuw ontstond de moderne duivensport in België. Waar de postduif eerder werd ingezet voor communicatie, ontdekten liefhebbers al snel het competitieve element: welke duif vliegt het snelst terug naar haar eigen til? In de Kempen vond de sport rond het einde van de 19de eeuw een vruchtbare bodem. De regio kenmerkte zich door een hechte plattelands- en arbeidersgemeenschap. Postduiven houden was relatief goedkoop en vereiste vooral toewijding, geduld en vakmanschap. Voor fabriekswerkers, mijnwerkers en kleine boeren werd de duivensport dé manier om na een week hard werken te ontspannen en sociale contacten te onderhouden.
Tijdens de hoogtijdagen in de 1ste helft van de 20ste eeuw had vrijwel elk Kempens dorp of gehucht één of meerdere duivenmaatschappijen. Vaak werden in het plaatselijke café op vrijdag- of zaterdagavond de duiven ingekorfd (geklokt en ingeladen voor transport). Op zondag lag het openbare leven in de Kempen stil. Zodra de lossingstijden bekend waren, stonden duivenmelkers zenuwachtig in hun tuin of op het erf te turen naar de lucht, wachtend tot hun duif op de valplank landde. Als de duif gevallen was, werd de aankomsttijd geklokt met de mechanische duivenklok, een precisiewerkje waar het hele gezin vaak bij betrokken was.
Geen enkel verhaal over de Kempense duivensport is compleet zonder de Gebroeders Janssen uit Arendonk. Vanaf de jaren 1930 kweekten de broers (Louis, Charel, Janus en Gust) vanuit de Schoolstraat in Arendonk een duivenstam op die wereldwijd legendarisch werd. Hun duiven stonden bekend om hun snelheid, oriëntatievermogen en sterke spierbouw. Duivenmelkers uit alle hoeken van de wereld – van Duitsland en de VS bis Japan en China – reisden af naar de Kempen om bloedlijnen van de Janssen-duiven te bemachtigen. Arendonk werd zo het absolute mekka van de internationale postduivenwereld.
In de afgelopen decennia is het landschap van de duivensport echter sterk veranderd. Waar vroeger in haast elke straat een duiventil te vinden was, is het aantal actieve liefhebbers afgenomen door vergrijzing en veranderde vrije tijdsbesteding. Door de technologische vernieuwing maakten de mechanische klokken plaatst voor elektronische ringen en GPS-trackers. Tenslotte is de duivensport getransformeerd van een puur volksvermaak naar een hoogtechnologische en commerciële sector. Topduiven worden tegenwoordig voor honderduizenden tot zelfs miljoenen euro’s verkocht aan buitenlandse investeerders.
Ondanks de schaalvergroting blijft de passie voor de duif bij de overgebleven liefhebbers onverminderd groot. Het blijft een ambacht waarin de band tussen mens en vogel centraal staat.
Aviol
In de Belgische en Nederlandse duivensport is Aviol al tientallen jaren een vertrouwde naam op en rond het duivenhok. Wat voor de leek simpelweg een roodbruine vloeistof lijkt, geldt onder gepassioneerde duivenmelkers als een beproefd elexir om de prestaties, de gezondheid en de vitaliteit van vliegduiven op een natuurlijke manier een flinke boost te geven. Waar men vroeger vertrouwde op raadselachtige huismiddeltjes – zoals een teen knoflook of wat thee in het drinkwater – brachten apothekers en gespecialiseerde firma’s gestandaardiseerde supplementen op de markt. Aviol vestigde zich daarin als één van de pioniers. Waar synthetische doping streng verboden werd door de KBDB (Koninklijke Belgische Duivenbond), bleef een uitgebalanceerd elixer zoals Aviol de ideale en toegestane manier om de spieren en het bloed van de duif optimaal te prepareren. Generatie op generatie duivenmelkers gaven de fles Aviol door op de verzorgingstafel.
Aviol is een vloeibaar voedingssupplement dat wordt toegevoegd aan het drinkwater van de duiven. Het is rijk aan essentiële mineralen, sporenelementen (zoals ijzer, koper, mangaan en jodium) en zouten. Meestal volstaat een doosje of schepje van het elexir per liter drinkwater, bij voorkeur ’s morgens voor het uitvliegen of tijdens de opbouw naar een belangrijke wedvlucht.
Duivenmelkers zetten het product in voor verschillende doeleinden. Zo stimuleert ijzer de aanmaak van rode bloedcellen, wat zorgt voor een beter zuurstoftransport in het bloed. Hierdoor bouwen de vliegduiven meer uithoudingsvermogen op tijdens zware vluchten. Ook helpt aviol om het immuunsysteem te versterken, waardoor de vogels minder vatbaar zijn voor infecties en snel herstellen na een lange reis. Tijdens de jaarlijkse rui hebben duiven een verhoogde behoefte aan specifieke voedingsstoffen om een sterk en glanzend verenpak op te bouwen. En het stimuleert de skeletopbouw en de spierontwikkeling bij jonge nestblijvers.
Mocht Fernand een scheutje Aviol hebben gebruikt in plaats van zijn twijfelachtige brouwsels, dan hadden zijn duiven het voetbalveld van De Kampioenen waarschijnlijk nóg wat sneller voorbijgevlogen!
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 1: De gammele bus ‘de Reisduif’ van Costermans Travel uit de film ‘Kampioen zijn blijft plezant’
- Afb. 2: Op deze foto staat de wagen van de duivenbond van Gierle. Bovenaan de wagen staat de tekst: “Wij vliegen vrij trots grijze dwingelandij”, vrij te vertalen als “wij vliegen vrij ondanks de Duitse bezetting”. Volgens de Regelgeving van de Ortskommandatur Turnhout van 5 juni 1940 waren tijdens de oorlog de volgende regels van kracht: alle duiven moesten op één hok, er mocht geen transport zijn van levende duiven en de vleugels van de duiven moesten geknipt worden. (Foto: Digitale collectie Erfgoedcel Kempens Karakter, inv.nr. KK_EGD2013_087)
- Afb. 3: Klein cilindrisch flesje met korte smalle hals met tweeledig verdikte lip, standring. contactvorm met naden, kleurloos glas. Op buik staat verticaal in reliëfletters ‘ AVIOL ‘. H. 13.4 cm, diam. rand 2,3 cm, diam. basis 4,5 cm. Datering: 1ste helft 20ste eeuw (Depot Erfgoed Noorderkempen, opgraving Brepols, S082, depotnr. 2009_161_0088)
- Afb. 4: ‘Laatste Duivenwedstrijden!’ (uit: Gazet van Moll, 31 augustus 1929)









