Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Nog even en dan kunnen kinderen op ontdekkingstocht in het archeologisch depot van Erfgoed Noorderkempen en het Taxandriamuseum. Of beter, kunnen ze op een speelse en onderzoekende manier op zoek gaan naar de ‘Schat van Turnhout’ en leren ze hoe archeologisch onderzoek werkt, maken ze kennis met topvondsten uit de Noorderkempen en ontrafelen ze een mysterieuze queeste… In deze zoektocht zit ook het verhaal vervat van de heksenfles die de wereldpers haalde. Om dit voor de kinderen te illustreren, werd uit de collectie van het Taxandriamuseum een mooie baardmankruik opgevist. En zo vormt de queeste de aanzet van een nieuwe blog voor ‘Ondergrondse geheimen’ met het verhaal van ‘de man met de gevlochten baard’.
English summary at the bottom of the blog
De baardmankruik is een iconisch stuk Europees aardewerk dat symbool staat voor de bloei van de keramieknijverheid in het Rijnland. Een baardmankruik is een bolvormige kan gemaakt van steengoed – een zeer harde, niet-poreuze aardewerksoort die op hoge temperaturen (circa 1200°C tot 1300°C) wordt gebakken. Het meest herkenbare kenmerk is de reliëfdecoratie van een bebaard gezicht op de halsaanzet. Deze kannen waren de plastic flessen van de Gouden Eeuw: onverwoestbaar, zuurbestendig en perfect voor het bewaren van vloeistoffen als bier, wijn en olie. Ze werden over de hele wereld verhandeld en zijn vandaag de dag nog steeds één van de meest gevonden objecten bij archeologische opgravingen en in scheepswrakken van de VOC.
Wat is het verschil tussen een kan en een kruik? Een kan is vooral bedoelt om vloeistof uit de schenken (of te drinken) terwijl in een kruik vooral vloeistof wordt bewaard. Bij een kan zijn de halsopening en het oor vaker groter dan bij een kruik. Echter, een baardmankruik heeft slechts één oor, wat ze technisch gezien eerder tot de kannen rekent, hoewel ze in archeologische rapportages vaak de naam kruik aangemeten krijgt.
Wie of wat stelt de baardman voor?
In Engeland is de baardmankruik bekend als Bellarmine. Deze naamgeving is gebaseerd op de 19de-eeuwse theorie dat de baardman de Italiaanse jezuïet Robertus Bellarminus (1542–1621) zou voorstellen. Hij was een fel tegenstander van het protestantisme en pleitte voor matigheid. Als protestantse spotternij zou zijn “oze, bebaarde gezicht op de bierkannen zijn gezet, zodat men elke keer dat men dronk, de kardinaal figuurlijk in zijn gezicht lachte. Hoewel dit een sterk verhaal is, bestonden de baardmannen al lang voordat de kardinaal beroemd werd.
In de Lage Landen werd de baardman dan weer geassocieerd met de hertog van Alva (1507 – 1582). De strenge, onverzettelijke blik van de kruik paste in de volksmond goed bij het beeld van de Spaanse ijzervreter. Maar ook hier geldt hetzelfde bezwaar als bij de bewering dat het zou gaan om Bellarminus, de kruiken bestonden al op het moment dat Alva geboren werd.
In sommige vroege contexten wordt er een link gelegd met religieuze afbeeldingen, maar de baardman is expliciet een wereldser symbool dan pure christelijke iconografie. De meest waarschijnlijke idee is dat het masker een wildeman voorstelt, een mythologisch figuur met het uiterlijk van een mens maar dan geheel behaard of ‘bebladerd’ een primitief leven leidde in bossen. Deze wildeman stond symbool voor de brute kracht van de natuur.
Van luxe naar de kelder
De bakermat van de vroege baardmankruiken is te vinden in Keulen. Deze stad was vanaf het einde van de 15de eeuw en vooral in de 16de eeuw bekend om de productie van luxueus steengoed versierd met opgelegde reliëfversiering. Rond 1545 moesten de pottenbakkers de binnenstad van Keulen verlaten (vanwege brandgevaar en stank) en verplaatsten ze hun ovens naar het nabijgelegen Frechen. Dit werd het absolute centrum voor de massaproductie en export. Een derde bekend pottenbakkerscentrum waar baardmankruiken werden gemaakt was Raeren (nabij Aken). De productie uit Raeren stond bekend om zijn verfijnde, vaak bruingrijze afwerking en een gedetailleerde versiering met opgelegde appliques met wapenschilden en religieuze of mythologische scènes.
In het begin waren de versieringen simpel, maar rond de 15de eeuw verscheen voor het eerst een reliëf van een menselijk gezicht op de hals. Door middel van wat boetseerwerk, krassen en stempelen ontsonden de eerste puntneuskruikjes. In de Gouden Eeuw werd de baardmankruik razend populair. De baardman kreeg in deze tijd vaak een strengere, bijna angstaanjagende blik. De kruiken waren niet alleen decoratief; ze waren de Tupperware van de 17de eeuw. Er was echter ook een duistere kant. Men geloofde dat deze kannen hielpen tegen hekserij. De kruik werd gevuld met nagels, spelden en urine en onder de drempel begraven om kwaad af te weren. Het gezicht op de kruik diende dan als een soort bewaker. Naarmate de productietechnieken verbeterden, veranderde het uiterlijk. De gezichten werden gestileerder, minder gedetailleerd en soms zelfs bijna abstract. Uiteindelijk verloor de baardmankruik in de 18de en 19de eeuw terrein aan glas en goedkoper aardewerk. De ambachtelijke baardman verdween uit het dagelijks gebruik en werd een geliefd verzamelobject. Tegenwoordig is de baardmankruik een symbool van ambacht en historie. Of hij nu in een museum staat of als decoratie in een landelijke keuken, hij kijkt nog steeds even streng (en een tikkeltje mysterieus) uit zijn ogen.
De baardmankruik uit de Taxandriacollectie is van het buikige type met een schouder die vlot overgaat naar een wijde hals met kraagrand. Verder heeft de kan een standvoet en een verticaal aangezet lintoor. Uit dit oor ontbreekt een stukje (het werd later aangevuld met plaaster), allicht omdat hier de aanzet zat van een tinnen deksel (dat weggebroken is). Opvallend is de op de schouder aangebrachte rechthoekige applique met het gezicht van een man met gevlochten baard. Deze kan gevonden in 1910 bij uitbreidingswerken (bouw hoektoren) aan het voormalige Postgebouw aan de Groenplaats. Voorheen stond hier ‘de Gulde Roose’ uit 1509, dat vanaf 1679 werd gebruikt als Pastoraal College.
Ter vergelijking, uit de opgraving bij de Waag in Alkmaar komt een baardmankruik (vondstnr. 03WAA94P) met een haast gelijkaardige rechthoekige applique waarbij ook hier de baard gevlochten is. In tegenstelling tot de kan uit Turnhout is de buik hier versierd met een fries, acanthusbladen en medaillons met bustes. Deze kan is afkomstig uit Keulen of Frechen en wordt gedateerd in het tweede kwart van de 16de eeuw.
Ingeborg Unger omschrijft in haar boek ‘Kölner und Frechener Steinzeug der Renaissance‘ deze baardman als ‘vollständige, grosse, scharf geschnittene Bartsmasker mit ernsten Zügen, Grossen Augen (eingetiefte Iris), kantigen Brauen, geringelten Schläfenlocken, langer Nase (geblähte Nasenflügel), breiter Unterlippe, breitem Schauzer sowie breitem, durch zwei miteiander verwundene Strähnen geteiltem Bart aus lang herabschwingenden, ebenfalls miteinander verwundenen Locken.’ (vrij vertaald: een groot, scherp baardmasker met stevige gelaatstrekken, grote ogen (verzonken irissen), hoekige wenkbrauwen, ringvormige zijkrullen, een lange neus (wijde neusgaten), een brede onderlip, snor en baard, waarbij de baard verdeeld is door twee ineengestrengelde strengen lange, hangende krullen.)
Gezien de vorm van de kan en de gebruikte applique kan de baardmankruik uit de Taxandriacollectie gedateerd worden in het tweede kwart van de 16de eeuw. Deze datering maakt ook dat de kan met grote waarschijnlijkheid gedraaid werd in Keulen. Dit kan ook gestaafd worden door de aanwezigheid van draadsporen onderaan de bodem (afkomstig van het afsnijden van de kan dmv een draad van het pottenbakkerswiel – in Raeren zijn de bodem eerder glad afgestreken).
Als afsluiter deze bedenking over de gevlochten baard (uit: De Huisvriend, jaargang 1893): ‘Een groote tegenstelling met hen vormen de Grieken en Romeinen; maar niet dadelijk zijn deze tot den klassieken eenvoud eener echte beschaving en gelouterde smaakrichting geraakt; in vroegeren tijd stonden zij ook onder den invloed der Klein-Aziatische moden, waartoe de bijzondere verzorging van haar en baard behoorde. Het duidelijkste blijkt dit uit het hoofd van Bacchus, die in de oude kunstwerken voorgesteld wordt als een man van rijpen leeftijd, met lange haren en baard, wondervol kunstig opgemaakt. Gedraaid en gevlochten, valt de baard in de schoonste, naast elkander geschikte lokken op de borst neder en evenzoo de lokken van het hoofdhaar aan beide kanten van het gezicht en in den nek. Op dezelfde wijze dragen de priesters van dezen god den baard lang over schouders en rug neervallend, maar loshangend, wilder, zonder die kunstmatige behandeling, zooals het bij bacchanten past. Geheel anders bij den jeugdigen Bacchus der latere kunst. Zijn gelaat is zoo jong en glad en met zulke fraaie, krullende lokken omgeven, dat men hem meermalen voor een vrouw gehouden heeft.’
En inderdaad, een mooi gevlochten baard staat het mooist. Zeker is dat je ze niet vaak tegenkomt, noch op schilderijen, noch op de baardmankruiken.
Summary
The Bellarmine is an iconic piece of European pottery that symbolizes the flourishing of the ceramics industry in the Rhineland. A Bearded Man Jug is a spherical jug made of stoneware—a very hard, non-porous earthenware fired at high temperatures (approximately 1200°C to 1300°C). Its most recognizable feature is the relief decoration of a bearded face at the base of the neck. These jugs were the plastic bottles of the Golden Age: indestructible, acid-resistant, and perfect for storing liquids like beer, wine, and oil. They were traded worldwide and remain one of the most frequently found objects in archaeological digs and from VOC shipwrecks.
The birthplace of early Bellarmines is Cologne. From the late 15th century, and especially in the 16th century, this city was renowned for the production of luxurious stoneware decorated with applied relief motifs. Around 1545, the potters were forced to leave Cologne’s city center (due to fire hazards and odors) and moved their kilns to nearby Frechen. This became the absolute center for mass production and export. A third well-known pottery center where Bellarmine were made was Raeren (near Aachen). Raeren production was known for its refined, often brownish-gray finish and detailed decoration with applied appliqués featuring coats of arms and religious or mythological scenes.
Who or what does the bearded man represent?
In England, the ‘bearded man jug’ is known as a Bellarmine. This name is based on the 19th-century theory that the bearded man represents the Italian Jesuit Robert Bellarmine (1542–1621). He was a fierce opponent of Protestantism and advocated temperance. As a Protestant mockery, his “pink, bearded face” was supposedly placed on the beer jugs, so that every time one drank, one would figuratively laugh in the cardinal’s face. While this is a tall tale, bearded men existed long before the cardinal became famous.
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 2: Baardmankruik waarbij de buik versierd is met reliëfdecoraties van bloem- en bladranken. Steengoed, zoutglazuur, H. 15,1 cm. Keulen, 1520 – 1540. (Rotterdam, Museum Boijmans, inv.nr. F 316 (KN&V))
- Afb. 3: Gian Lorenzo Bernin, buste van kardinaal Robertus Bellarminus, 1621. Marmer. (Rome, Chiesa del Gesù)
- Afb. 4: Wildeman (Schembart Karnaval), omstreeks 1550. (Nürnberger Stadtbibliothek, Nor. K. 444)
- Afb. 5 – 6 – 7: Buikige kan met schouder overgaand in wijde hals met kraagrand, standvoet en verticaal aangezet lintoor (Deventercode s2-kan-2). Steengoed, zoutglazuur, H. 17,3 cm, diam. rand 8,1 cm, diam. basis 9,3 cm. Vermoedelijk Keulen (of Frechen), 2de kwart 16de eeuw. (Turnhout, collectie Taxandriamuseum, T04123). Onderaan de kan plakt een papiertje met de tekst ‘Rue de la galerie/ travaux de la poste 1910’ (dit betreft een vondst gedaan bij uitbreidingswerken – hoektoren 1912-1914 – van het postgebouw aan de Groenplaats in Antwerpen. De Rue de la galerie is nu de Pandstraat.)
- Afb. 8: Waarom één of zelfs twee vlechten maken als je voor veel kunt gaan? Afhankelijk van hoe je je voelt en de lengte en dikte van je baard, kun je er zoveel maken als je baard toelaat. (Foto @aac_ai_art_creator)













