Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Op 18 mei is het Internationale Museumdag. Initiatiefnemer is ICOM International, dat voor de organisatie een beroep doet op de nationale ICOM-comités. In ons land werkt ICOM daarvoor samen met Museumpass, om het initiatief zo breed mogelijk onder de aandacht te brengen. De Internationale Museumdag vormt het hoogtepunt van de Week van de Belgische musea, die Museumpass organiseert van 17 tot en met 24 mei. Dit jaar hoort daar ook een verkiezing bij voor het Museumstuk van het Jaar. Voor de musea van Turnhout doen wij mee met onze speelgoedautootjes… stemmen kan nog tot 24 mei.
Het verhaal van de autootjes begon bij het archeologisch onderzoek van de site Jacobsmarkt en meer bepaald op de plek van de voormalige werkherstelplaats van ijzerwarenhandel De Koeiketel. Deze woonst, gekend als de kapelanie van de Sint-Pieterskerk, werd volledig gesloopt maar de voorgevel werd heropgebouwd en geïntegreerd in het nieuwbouwproject. Het is achter de aanbouw van de kapelanie dat een kleine bakstenen afvalput werd teruggevonden. De vulling van de put was te dateren tussen 1870 en het begin van de Eerste Wereldoorlog. Vreemd was echter dat er ook heel wat speelgoed en speelgoedautootjes uit de jaren ’70 werden teruggevonden. Na de opgraving verdwenen de vondsten in het depot van Erfgoed Noorderkempen tot begin 2023 de archeologische collectie kon worden geïnventariseerd en zo de autootjes de aandacht trokken.
“De afvalput lag achter het kolenhok van het kapelaanshuis. “Dat huis kochten onze ouders aan toen ze ook grasmaaiers gingen verkopen. Voor ons was dat huis, waar voordien ooit pastoor Verhaeghen had gewoond, een speeltuin. Op de bovenverdieping lieten we konijnen vrij rondlopen. We speelden vaak in de tuin, maar een afvalput hebben we daar nooit gezien.” (Johan Bonte)
Maar wat is nu het verhaal achter de autootjes? Deze behoorden toe aan de kinderen van de families De Baenst en Bonte, de eigenaars van De Koeiketel. Tony De Baenst vertelde aan de journalist van de Gazet van Antwerpen / Het Nieuwsblad dat de autootjes op een ochtend plots verdwenen waren: “Op een ochtend, ik moet een jaar of 11 geweest zijn, vroeg ik aan moeder waar de autootjes waren. Zonder er veel woorden aan vuil te maken zei ze dat ze verdwenen waren. Stilaan werd ik ook te groot om nog met autootjes te spelen, vond ze. Ik moest intussen maar eens aan de studies denken. Toch woog het verlies van het speelgoed zwaar.” Hoe ze in de put terechtkwamen zal altijd een raadsel blijven, misschien vielen ze bij het spelen er toevallig in.
De goede afloop van het verhaal kan je herlezen in de Gazet van Antwerpen, herbekijken in de reportage op RTV Vandaag of herluisteren met de podcast van Radio 2 ‘Mysteries van Vlaanderen’.
Om het museumstuk van jaar te promoten, koos ik uit de vele autootjes het meest iconische model: de Mini Cooper Magnifique…
Over de Mini
Wat begon als een slimme crisisoplossing, groeide uit tot een wereldwijd cultsymbool dat de autowereld voorgoed veranderde. We schrijven eind jaren 50, er was de Suezcrisis leidde tot benzinerantsoenering. De British Motor Corporation (BMC) gaf topontwerper Alec Issigonis een duidelijke opdracht: ontwerp een extreem zuinige, betaalbare auto die klein vanbuiten was, maar groot genoeg voor vier volwassenen en hun bagage. In 1959 was de Classic Mini geboren. Issigonis loste de ruimtepuzzel geniaal op door de motor dwars voorin te plaatsen en de wielen op de uiterste hoeken van de carrosserie te zetten. Hierdoor was maar liefst 80% van het vloeroppervlak beschikbaar voor de passagiers. Dit concept is vandaag de dag nog steeds de blauwdruk voor bijna elke compacte auto.
Hoewel de Mini in eerste instantie bedoeld was als goedkoop vervoer voor de gewone man, werd hij al snel omarmd door de high society van de jaren 60. De auto was hip, rebels en klasseloos. Zowel popsterren als filmhelden en royalty reden erin. Enkele beroemde Mini-eigenaren waren onder meer The Beatles, Peter Sellers, Brigitte Bardot en Mr. Bean (wiens citroengele Mini met de iconische grendel op de deur legendarisch werd).
Formule 1-constructeur John Cooper zag meteen het potentieel van de Mini. Door de wielen op de hoeken en het lage zwaartepunt stuurde de auto als een kart. Hij werkte de motor op en paste de remmen aan. Het resultaat? De Mini Cooper. Deze underdog versloeg in de jaren 60 tot ieders verrassing veel grotere en krachtigere sportwagens en won driemaal de loodzware Rally van Monte Carlo. Hier werd de legendarische “go-kart handling” geboren.
De Mini blijft met zijn tijd meegaan. In 2001 introduceerde BMW de “New MINI” (nu met hoofdletters geschreven). Het was een meesterzet: het retro-design bleef herkenbaar, maar de auto werd modern, veilig en luxueus.Inmiddels spelen de volledig elektrische modellen (zoals de MINI Cooper SE) een hoofdrol. Het merk heeft aangekondigd in de loop van de jaren 2030 volledig elektrisch te worden. Het mooie is dat het kenmerkende, flitsende “go-kart gevoel” door de direct beschikbare kracht van een elektromotor juist heel goed bij de auto past. Of je nu houdt van de rammelende, charmante klassieker uit de jaren 60 of de strak sturende, moderne variant van nu: de Mini blijft een glimlach op het gezicht van autoliefhebbers toveren.

Corgi Toys
En als een wagen succes heeft, zijn er de speelgoedfirma’s die er een graantje van wilden meepikken. Zo voegde Corgi Toys het nieuwe Mini-model, met dezelfde kenmerken als het ander Corgi-speelgoed uit de late jaren ’60, toe aan zijn gamma. Corgi Toys is een van de meest iconische en legendarische namen in de geschiedenis van de speelgoedautootjes. Het Britse merk staat wereldwijd bekend om zijn innovatie, detail en iconische film- en televisievoertuigen.
Corgi Toys werd in 1956 opgericht door de Mettoy Company in Northampton, Engeland. De naam werd gekozen vanwege de link met Wales (waar de fabriek stond) en omdat de Corgi de favoriete hond was van de Britse koninklijke familie—een slimme marketingtruc. De markt werd destijds gedomineerd door Dinky Toys, maar Corgi wist de harten van kinderen stormachtig te veroveren met een geniale slogan: “The ones with windows” (De autootjes mét ruitjes). Terwijl Dinky-autootjes nog massieve, dichte metalen blokken waren, introduceerde Corgi doorzichtige plastic ruitjes, een gedetailleerd interieur en later ook vering (“Glidamatic”) en diamantvormige koplampen.
Wat Corgi écht onsterfelijk maakte, was de slimme zet om licenties te kopen voor populaire films en televisieseries uit de jaren ’60 en ’70. Enkele van hun meest legendarische modellen waren de James Bond’s Aston Martin DB5 (1965), The Batmobile (1966), de Chitty Chitty Bang Bang-auto (met uitklapbare vleugels) en de vliegende auto uit The Man with the Golden Gun.
Net als veel andere traditionele speelgoedfabrikanten kreeg Corgi het vanaf de jaren ’80 moeilijk door de opkomst van videospelletjes en veranderende interesses van kinderen. Na een aantal overnames is het merk in 2008 in handen gekomen van Hornby Hobbies (bekend van de modeltreinen). Vandaag de dag richt Corgi zich minder op kinderspeelgoed en veel meer op de volwassen verzamelaarsmarkt met uiterst gedetailleerde verzamelmodellen van legendarische Britse auto’s, bussen, vrachtwagens en militaire vliegtuigen (Corgi Aviation Archive) en met initiatieven zoals de Corgi Model Club waarbij officiële, exacte replica’s uit van de klassieke speelgoedauto’s uit de jaren 60 (inclusief de retro kartonnen doosjes) worden heruitgebracht.


De Mini Cooper Magnifique
De Corgi Toys No. 334 – BMC Mini Cooper S “Magnifique” is een absolute legende onder verzamelaars. Dit model, uitgebracht in maart 1968, was Corgi’s ultieme eerbetoon aan de iconische Britse Mini. Het autootje zat zo propvol snufjes en details dat het destijds als een technisch hoogstandje werd gezien. Corgi had al eerder Mini’s gemaakt (gebaseerd op het model uit 1960), maar voor de “Magnifique” gooiden ze het roer volledig om. Het kreeg een compleet nieuwe gietvorm gebaseerd op de vernieuwde Mini Mark II (de sportieve 1275cc Cooper S-uitvoering). De Mini Cooper Magnifique werd geproduceerd van 1968 tot 1970 en was destijds verkrijgbaar in metallic blauw en metallic groen. Het model was schaal 1:41 en stond bekend om zijn ongelooflijke hoeveelheid bewegende delen en details:
-
Het schuifdak: Het meest iconische kenmerk. De Mini had een uniek, kleurrijk gestreept zonnedakje dat je handmatig open en dicht kon schuiven.
-
Alles kon open: De deuren, de motorkap én de achterklep konden allemaal open. Dat was destijds heel bijzonder voor zo’n klein model.
-
Gedetailleerd interieur: Binnenin zaten kantelbare voorstoelen (tipping seats) en een crèmewit interieur.
-
Luxe afwerking: Onder de motorkap was een gedetailleerd motorblok te zien. De auto had chromen bumpers/grille en de bekende fonkelende “jewelled” koplampen waar Corgi patent op had.
Hoewel de auto prachtig was, viel de verkoop destijds een beetje tegen. Het bleek voor Corgi namelijk erg lastig om de stevigheid van de carrosserie te behouden met zoveel openingen (deuren, motorkap, kofferbak én schuifdak). Omdat de productie al na twee jaar stopte, is de originele Corgi 334 tegenwoordig vrij zeldzaam en zeer gezocht onder verzamelaars.
Info voor bij de afbeeldingen (van links naar rechts):
- Afb. 2: De speelgoedautootjes op een minitentoonstelling in de bibliotheek van Turnhout, 2025 (Foto: stad Turnhout).
- Afb. 3: De legendarische (tweede) Mini Cooper van Mr. Bean (British Leyland Mini 1000, 1977).
- Afb. 4 en 5: De Mini Cooper Magnifique, metaal en kunststof, Corgi Toys, 1968 (Turnhout, opgraving Jacobsmarkt, S307, depotnr. 2009_073_0303).
- Afb. 6: De originele verpakking voor de Corgi 334 Mini Cooper Magnifique, 1968.








