Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Tussen 1400 en 1800 veranderden bloempotten geleidelijk van eenvoudige gebruiksvoorwerpen in voorwerpen die ook een decoratieve en symbolische betekenis kregen. Ze werden voornamelijk gebruikt om planten in te laten groeien, kruiden te kweken of bloemen te verzorgen. Bloempotten of tuinpotten – zoals deze terug te vinden zijn op verschillende schilderijen uit de 16de en 17de eeuw – zijn haast altijd gemaakt van ongeglazuurd roodbakkend aardewerk. Typisch voor deze potten zijn de doorboringen in de bodem (om het overtollige water te laten weglopen), een afgeronde rand (om overhangende stengels te beschermen), de aanwezigheid van twee horizontaal of verticaal aangezette oren of grepen en het conische lichaam. In de late 15de en begin 16de eeuw zijn bloempotten relatief zeldzaam.
Bloempotten zijn eerder klein en waren vooral bedoeld voor het opkweken van groenten (zoals in de moderne landbouw) of om bloemen of eetbare kruiden te kweken. Bloempotten zijn meestal conisch van vorm, onversierd, hebben een afgeronde rand en een vlakke bodem (met lekgat). Het voordeel van zulke potten was dat deze in de winter gemakkelijk binnen konden gehaald worden om de planten te laten overwinteren. Vaak werden er in de overhangende rand voor het bakken enkele doorboringen aangebracht, om stokjes in te plaatsen om de plant aan op te binden of mee te ondersteunen.
Tuinpotten zijn groter en zwaarder van uitvoering maar ook haast altijd gemaakt in roodbakkend ongeglazuurd aardwerk. Kenmerkend zijn de zware standring (voor de stabiliteit van de pot), de doorboringen in de bodem (en/of onderaan de wand), het conische lichaam (vaak met afgeronde onderhelft), een zware overhangende geprofileerde rand (al dan niet met een sierband met vingerindrukken of gekarteld patroon – aangebracht met een radstempel) en de aanwezigheid van 2 verticaal of horizontaal aangezette worstoren.
In de 15de eeuw waren bloempotten vooral eenvoudige, functionele voorwerpen. De planten die in deze potten groeiden, hadden vaak een praktisch nut. Denk aan kruiden die gebruikt werden bij het koken of voor geneeskundige toepassingen. Ook sierplanten werden gekweekt, bijvoorbeeld om een woning, binnenplaats, kloostertuin of tuin bij een rijker huis aantrekkelijker te maken. Archeologische vondsten tonen aan dat aardewerken bloempotten al vanaf de late 15de eeuw voorkwamen. Het ging doorgaans om eenvoudige, ongeglazuurde potten, vaak met een taps toelopende vorm en openingen in de bodem voor de afvoer van overtollig water.
In de 16de eeuw groeide de belangstelling voor de natuur, plantkunde en bijzondere planten. De renaissance stimuleerde de studie van planten en kruiden, onder meer bij artsen, apothekers en geleerden. Ook de toenemende handel en de ontdekkingsreizen brachten nieuwe plantensoorten naar Europa. Bloempotten waren bijzonder geschikt om planten op een beschutte plaats te laten groeien en ze indien nodig te verplaatsen. Dat was vooral nuttig voor planten die gevoelig waren voor koude temperaturen. In tuinen van kloosters, kastelen en rijke woningen konden potplanten bovendien een verzorgde en ordelijke indruk geven. Ook in onze streken werden tuinen steeds belangrijker als plaatsen om nuttige en sierlijke planten te kweken. De bloempot bleef in deze periode meestal eenvoudig van vorm. De waarde lag vooral in de plant die erin groeide, en niet zozeer in de pot zelf.
Tuinen van monniken
In Delft stond tot 1573 een Kartuizerklooster dat werd opgegraven in 1959. De Kartuizerorde was streng: er mocht niet gesproken worden. Elke broeder had in het klooster zijn eigen cel, met daarbij zijn eigen tuintje. Bij de opgraving van deze tuinen zijn een duimgieter gevonden en diverse bloempotten. Deze hebben gaatjes in de bodem en ook vaak gaten in de rand, waarin stokjes gestoken werden om de planten te binden.
In de 17de eeuw nam de belangstelling voor bloemen en bijzondere planten verder toe. Onze streken speelden hierin een belangrijke rol dankzij de handel vanuit steden zoals Antwerpen en Amsterdam. Via de internationale scheepvaart kwamen steeds meer onbekende plantensoorten naar Europa. Ook tulpen en andere bijzondere bloemen werden populair bij verzamelaars en welgestelde burgers. De bloempot was nog steeds een eenvoudig van vorm en gemaakt in ongeglazuurd aardewerk. Dit materiaal was stevig, relatief goedkoop en geschikt om planten in te kweken. De potten hadden een conische vorm en waren voorzien van lekgaten in de bodem en 2 oren. Voor rijke families werden planten ook een teken van welstand, het is ook de tijd dat de eerste oranjerieën verschenen. Dit waren stenen gebouwen met hoge ramen naar het zuiden gericht. Hierin konden vorstgevoelige planten, zoals citrusbomen, tijdens de winter beschermd worden. De planten stonden in potten of grote bakken, zodat ze gemakkelijker verplaatst konden worden. Vooral kastelen, landhuizen en buitenplaatsen beschikten over dergelijke voorzieningen.
Ook in de kunst zijn veelvuldig sporen van de bloempot terug te vinden. Vlaamse en Nederlandse schilders maakten prachtige bloemstillevens, waarin bloemen en planten een belangrijke plaats innamen. Vaak werden bloemen echter afgebeeld in decoratieve vazen en niet in gewone bloempotten. Dat wijst erop dat de bloempot vooral een praktisch gebruiksvoorwerp bleef, terwijl de vaas eerder een decoratieve functie had.
In de 18de eeuw veranderde de manier waarop mensen naar bloemen en planten keken. Vooral bij de adel en de gegoede burgerij groeide de interesse in sierplanten, botanische verzamelingen en verzorgde tuinen. Bloempotten kregen daardoor steeds vaker ook een decoratieve functie. Naast de gewone terracotta potten kwamen er meer mogelijkheden om planten op een fraaie manier tentoon te stellen. De productie van keramiek ontwikkelde zich verder en decoratieve potten werden populairder. Sommige planten werden in een eenvoudige kweekpot gehouden en vervolgens in een mooiere sierpot (of overpot) geplaatst. De bloempot werd hierdoor meer dan een hulpmiddel om een plant te laten groeien: hij kon ook bijdragen aan de uitstraling van een interieur, een terras of een tuin. Toch waren fraaie, rijk versierde potten niet voor iedereen betaalbaar. De eenvoudige aardewerken bloempot bleef voor veel mensen de meest praktische keuze.
Tegelijkertijd bleef het kweken van planten in potten belangrijk voor oranjerieën en tuinen. Citrusplanten en andere vorstgevoelige soorten moesten tijdens koude winters beschermd worden. Bloempotten maakten het mogelijk om planten te verplaatsen naargelang het seizoen en de weersomstandigheden. Het is wel belangrijk om een onderscheid te maken tussen potplanten en de moderne kamerplant. Hoewel er in de 18de eeuw al planten binnenshuis stonden, waren gewone woonkamers nog niet overal ingericht om veel planten te houden. De grote doorbraak van de kamerplant als vast onderdeel van het interieur kwam pas in de 19de eeuw.
Er is een duidelijk verschil tussen potplanten en kamerplanten, al worden beide woorden vaak door elkaar gebruikt. Een potplant is een buitenplant die door mensen om bepaalde redenen in een pot is geplaatst en zowel binnen als buiten kan worden neergezet, afhankelijk van de verzorgingseisen voor de plant in kwestie en de weersomstandigheden. Een kamerplant is een plant die er speciaal op is gekweekt om binnenshuis te worden gehouden en ook een meerwaarde heeft voor binnenruimtes. Deze plant kan als gevolg daarvan niet langdurig in de buitenlucht overleven.
Over de bloempot van Oud-Turnhout
Uit kuil 2069, gevuld met pottenbakkersafval, komt slechts 1 bloempot. Deze pot, in roodbakkend ongeglazuurd aardewerk, heeft een conisch tot licht afgerond lichaam met rechte rand die aan de buitenzijde afgewerkt is met vingerindrukken. Onderaan is er een zware standring en aan weerzijden staan twee horizontaal gezette worstoren. Dat de pot is afgekeurd, komt allicht omdat deze niet doorbakken is; de scherf is relatief zacht.
Gelijkaardige potten staan rechtsonder afgebeeld op het schilderij ‘Rubens, Helena Fourment en zijn zoon Nicolaas in een tuin‘, geschilderd door Peter Paul Rubens en zijn atelier rond 1640. Deze (kleine) tuinpotten in roodbakkend ongeglazuurd aardewerk hebben met een standring, een verdikte afgeronde rand (om overhangende stengels te beschermen), een conische lichaam (vaak met afgeronde onderhelft) en twee horizontaal aangezette worstoren. Dit soort bloempotten was ideaal voor het kweken van
bloemen of kruiden; ze konden gemakkelijk verplaatst worden. Vermoedelijk zijn de bloempotten op het schilderij gebruikt als overpotten, tuinpotten waarin bloempotten konden worden gezet, vandaar ook vaak de benaming ‘overpot’ of ‘ompot’ (of cachepot).
Op het schilderij van David Teniers de Jonge ‘De lente’ draagt een tuinman de tuinpot. Deze pot heeft een grote randdiameter en was geschikt voor grote struiken en boompjes met een stam (zoals appelsienboompjes die toen in de mode waren). De zware oren maakten het mogelijk om dergelijke potten te verplaatsen, vaak bevatten deze potten dan
ook planten die tijdens de koude maanden een plek kregen in een verwarmde oranjerie. Opvallend bij deze potten zijn de overhangende (dikke) kraagrand, de conische vorm met afgeronde onderhelft en de twee verticaal aangezette worstoren. Vaak is er onder de rand er een lijst met vingerindrukken aangebracht, al kon dat ook een gekarteld patroon zijn.
De bloempot uit Oud-Turnhout kan gedateerd worden in de late 14de – vroeg 15de eeuw. Verder onderzoek op de gehele collectie zal deze datering moeten bevestigen.
Samenvatting
Tussen 1400 en 1800 evolueerde de bloempot in onze streken van een eenvoudig gebruiksvoorwerp naar een voorwerp dat naast zijn praktische functie ook een esthetische waarde kreeg. In de 15de en 16de eeuw stonden vooral het kweken van kruiden en het verzorgen van planten centraal. In de 17de eeuw zorgden de internationale handel, de belangstelling voor bijzondere bloemen en de opkomst van oranjerieën voor nieuwe toepassingen. In de 18de eeuw groeide vervolgens de belangstelling voor decoratieve keramiek en sierpotten.
De geschiedenis van de bloempot vertelt ons dus niet alleen iets over pottenbakkerstechnieken, maar ook over veranderingen in handel, tuinbouw, wetenschap, wooncultuur en sociale status. De eenvoudige bloempot in gebakken klei bleef gedurende deze vier eeuwen een belangrijk gebruiksvoorwerp, terwijl de wereld rondom hem steeds meer belang ging hechten aan bloemen en planten als bron van schoonheid en prestige.
Info voor bij de afbeeldingen:
- Afb. 1: Peter Paul Rubens en atelier, ‘Rubens, Helena Fourment en zijn zoon Nicolaas in een tuin’, ca. 1640. Olieverf op paneel, 97.5 x 130.7 cm (München, Alte Pinakothek, inv.nr. 313)
- Afb. 2: Pieter Bruegel de Jongere, ‘Lente’ (uit de reeks ‘de vier seizoenen’), 1621. Olieverf op paneel, 40.6 x 55.9 cm (Sotheby’s 2013)
- Afb. 3: Sebastian Vrancx (toegeschreven aan), ‘Allegorie van de maanden maart en april’ (detail), begin 17de eeuw. Olieverf op paneel, 79 x 104cm (Privécollectie)
- Afb. 4: Jan van der Groen, ‘Den Nederlandtsen hovenier, zijnde het I. deel van het Vermakelijck land-leven, beschrijbende alderhande princelijke en heerlijcke lusthoven en hofsteden; en hoeman de selve, met veelderley uytnemende boomen, bloemen en kruyden, kan beplanted, bezaeyen, en vercieren …‘, 1699.
- Afb. 5: Opstelling van bloempotten uit het Kartuizerklooster van Delft, roodbakkend aardewerk, 1470 – 1473 (collectie Archeologie Delft) (gezien op ‘Middeleeuwse tuinen’ in het RMO te Leiden, 2019, eigen foto)
- Afb. 6: Nieuw gemaakte tuinpotten naar oud model (Antwerpen, Rubenshuis, eigen foto)
- Afb. 7: Gerard Dou, ‘Dienstmaagd aan het venster’, ca. 1660. Olieverf op paneel, 28 x 38 cm (Rotterdam, Museum Boijmans van Beuningen, inv.nr. VdV 21)
- Afb. 8: David Teniers de Jongere, ‘Lente’ (uit de reeks ‘de vier seizoenen’), ca. 1644. Olieverf op koper, 22,1 x 16,5 cm (London, National Gallery, inv.nr. NG857)
- Afb. 9: Jan van der Groen, ‘Den Nederlandtsen hovenier, zijnde het I. deel van het Vermakelijck land-leven, beschrijbende alderhande princelijke en heerlijcke lusthoven en hofsteden; en hoeman de selve, met veelderley uytnemende boomen, bloemen en kruyden, kan beplanted, bezaeyen, en vercieren …‘, 1699
- Afb. 10: Met veel geduld krijgt de bloempot vorm (foto: Erfgoed Noorderkempen)
- Afb. 11: Conische tot licht afgeronde bloempot met rechte rand aan de buitenzijde afgewerkt met vingerindrukken in roodbakkend ongeglazuurd aardewerk, eind 14de-begin 15de eeuw. H. 26 cm, diam. rand 31 cm, diam. basis 15 cm (Oud-Turnhout, opgraving Opstal, S2069) (foto: Erfgoed Noorderkempen)















