Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Met Ondergrondse Geheimen duiken we in de Taxandria-collectie van de Musea Turnhout. De basis van deze collectie werd in 1903 gelegd door de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring Taxandria die als doelstelling had om het archeologisch erfgoed van de Antwerpse Kempen te beschermen en te tonen. In navolging van een vorige blog over drinkbekers uit Siegburg uit verschillende opgravingen, zetten we nu uit de Taxandria-collectie enkele drinkbekers uit Raeren in de kijker.
English summary at the bottom of the blog
‘… De snelle is een slanke kan, konisch van profiel – te Raeren ook wel eens cilindervormig – met profielringen onder- en bovenaan, en versierd op de schacht. De konische vorm en de “banden” herinneren nogmaals aan de pot van het kuiperswerk. … De snellen van Raeren zijn bruin. … De volgende snelle kan te Raeren of te Frechen zijn gebakken: ‘een roye steine snel met eenen tennen decksel.’ (uit boedellijst, Sint-Truiden, 1703,) …‘ (uit: Jozef Weyns, Volkshuisraad in Vlaanderen, deel 2, p. 600-601)
Raeren, gelegen in het huidige Duitstalige deel van België nabij Aken, was tussen de 14de en de 17de eeuw één van de belangrijkste centra voor de productie van steengoed (Duits: Steinzeug) in Europa. In de hoogdagen van de 16de eeuw produceerden een 50-tal ovens meer dan 600.000 objecten per jaar, die via de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) zelfs markten in Azië en Amerika bereikten. Het was de “Tupperware van de Renaissance”: onverwoestbaar en hygiënisch.
In tegenstelling tot gewoon aardewerk, wordt steengoed gebakken op een extreem hoge temperatuur (tussen 1200°C en 1300°C). Hierdoor versmelt de klei (sintering), waardoor het materiaal waterdicht en zo hard als steen wordt, zelfs zonder glazuur. De gunstige ligging nabij hoogwaardige kleilagen en uitgestrekte bossen voor brandhout maakte Raeren tot een industrieel epicentrum in de vroegmoderne tijd. Raerens steengoed is vaak herkenbaar aan de grijze scherf, de bruine glans aan de buitenkant, het gebruik van ijzerengobe (wat zorgde voor de kleur) en zoutglazuur. Zoutglazuur ontstond door zout in de oven te werpen tijdens het bakken, wat zorgde voor de karakteristieke ‘sinaasappelhuid’-structuur op de kannen.
Al rond 1200 werd er in Raeren keramiek geproduceerd. In het begin was dit nog “gewoon” aardewerk, maar in het begin van de 15de eeuw leerden de pottenbakkers om de ovens op extreem hoge temperaturen te stoken. Het hoogtepunt van de productie lag tussen 1530 en 1625 met Jan Emens Mennicken als de bekendste meester-pottenbakker. Zijn werk was technisch perfect en rijk versierd met bijbelse taferelen, mythologische figuren en de bekende boerendansen. Met de verwoesting van het stadje door de troepen van Lodewijk XIV in 1684 nam de productie sterk af. De genadeslag kwam met de Franse bezetting waarbij de pottenbakkers hun rechten verloren op vrije houtkap en kleiwinning. In 1850 werd de laatste pottenbakkersoven in Raeren gedoofd. Een volledig overzicht over de opkomst en ondergang van Raerens Steengoed kan je lezen via deze link.
Bezoektip: Vandaag de dag is het Pottenbakkerijmuseum Raeren, gevestigd in het prachtige 14e-eeuwse waterkasteel van het dorp, de plek waar deze geschiedenis tot leven komt. De collectie behoort sinds 2007 tot het Europees Cultureel Erfgoed. Meer info over dit museum kan je vinden op https://www.toepfereimuseum.org/.
Drie Schnelles
Een Schnelle is een specifieke vorm van een drinkbeker die een belangrijke rol speelde in de steengoedproductie van de Rijnlandse centra. Net als in Siegburg (zie vorige blog ‘Over de Schnelle uit Siegburg’) is de drinkkan of bierbeker uit Raeren hoog, slank en cilindrisch of licht conisch van vorm. De bekers uit de Taxandria-collectie hebben horizontaal banden aan rand en bodem, een verticaal aangezet lintoor (waabij enkel de aanzet bewaard is) en een standvlak (s2-sne-2). De wanden zijn vaak rijk versierd met appliques, aangebracht door middel van mallen (matrijzen). Populaire motieven waren wapenschilden en bijbelse scènes. Aan de buitenzijde zijn de bekers voorzien van ijzerengobe en zoutglazuur.
In archeologische contexten komen Schnelles uit Raeren vooral voor in de 2de helft van de 16de eeuw. Hoewel de vorm van de Schnelle al vanaf ongeveer 1530 in andere centra zoals Keulen en Siegburg verscheen, bereikte de productie in Raeren haar archeologische hoogtepunt tijdens de bloeiperiode van de renaissance. Vaak hebben de appliques op de Schnelles jaartallen of specifieke wapenschilden die direct naar de jaren 1560-1590 verwijzen. Na 1600 neemt het voorkomen van de typische bruine Schnelles in archeologische lagen af. Ze maken dan plaats voor de blauw-grijze varianten of producten uit het Westerwald, waar veel Raerense pottenbakkers naartoe trokken.
De eerste Schnelle (T04115) heeft centraal een ronde applique die de doop van Christus in de Jordaan voorstelt met Johannes de Doper, God de Vader, de Geest (duif) en een engel die een handdoek aanreikt en de voor die tijd nog typische opstuwing van het water rond de Christusfiguur. Deze Schnelle kan gedateerd worden tweede helft 16de eeuw (en zeker voor 1701).
De doop van Christus in de Jordaan, beschreven in de Bijbel, is een cruciaal moment waarop Jezus zich liet dopen door Johannes de Doper, waarbij de Heilige Geest als duif neerdaalde en een stem uit de hemel verklaarde: “Dit is mijn Zoon”. Deze gebeurtenis markeert het begin van Jezus’ publieke bediening, demonstreert zijn gehoorzaamheid aan God en is een voorbeeld van de doop door onderdompeling, wat symboliseert dat gelovigen met Christus sterven aan zonde en opstaan tot een nieuw leven.
De tweede Schnelle (T04117) draagt een ruitvormig applique met hierin een dubbelkoppige adelaar en het jaartal 1583. In het Heilige Roomse Rijk was de dubbelkoppige adelaar het ultieme symbool van keizerlijke macht en de opvolging van het Romeinse Rijk. De twee koppen symboliseerden de universele claim van de keizer op zowel de wereldlijke als de geestelijke macht. De ene kop keek naar het Westen (Rome) en de andere naar het Oosten (Byzantium/Constantinopel), wat de ambitie weerspiegelde om de legitieme erfgenaam van het volledige Romeinse Rijk te zijn. Hoewel de adelaar als symbool teruggaat tot de Romeinse oudheid, werd de dubbele kop pas onder keizer Sigismund omstreeks 1433 officieel vastgelegd als het keizerlijk wapen van het Heilige Roomse Rijk. Omdat de keizerstitel vanaf de 16de eeuw bijna onafgebroken in handen bleef van de Habsburgers, versmolt de dubbelkoppige adelaar met hun familie-identiteit.
Belangrijk is het jaartal 1583, want in dat jaar begon binnen het Heilige Roomse Rijk de zogenaamde Keulse Oorlog (ook wel de Truchsessische Oorlog genoemd), een cruciaal religieus en politiek conflict dat tot 1588 duurde. De aanleiding was dat Gebhard Truchsess von Waldburg, de aartsbisschop en keurvorst van Keulen, zich bekeerd had tot het calvinisme. Hij wilde zijn ambt echter behouden en het keurvorstendom seculariseren, wat in strijd was met de regels van de Godsdienstvrede van Augsburg (1555). Omdat Keulen één van de zeven keurvorstendommen was die de keizer kozen, vreesden katholieken dat een protestantse meerderheid in het kiescollege de katholieke aard van het Rijk zou vernietigen. Voor de regio Raeren was dit conflict van groot belang: de oorlog verwoestte grote delen van het Rijnland, wat de lokale economie onder druk zette en uiteindelijk bijdroeg aan de migratie van pottenbakkers naar veiligere gebieden zoals het Westerwald.
De derde Schnelle (T04118) heeft eveneens een ruitvormige applique met hierin het stadswapen van Nürenberg . Bovenaan is er een bisschopskroon, centraal een meerdelig schild.Dit schild heeft in de linker helft zes horizontale balken, daartussen verdeelde velden met een halve dubbele adelaar (boven) en vier driehoekige velden (onder). De rechterhelft is diagonaal verdeeld door twee meervoudige balken, boven en onder een bloem en in het midden een rankornament. Nürenberg was het hart van het Heilige Roomse rijk en één van de belangriijkste steden van Europa. Deze Schnelle kan gedateerd worden in het laatste kwart van de 16de eeuw.
summary
The Taxandria collection includes three drinking cups made in Raeren. A Schnelle is a specific type of drinking vessel that played an important role in the stoneware production of the Rhineland centers. Just like in Siegburg (see the previous blog post, “About the Schnelle from Siegburg”), the drinking vessel or beer mug from Raeren is tall, slender, and cylindrical or slightly conical in shape. Those beakers have horizontal bands on the rim and base, a vertically attached ribbon handle (of which only the beginning has been preserved), and a base (s2-sne-2). The sides are often richly decorated with appliqués, applied using molds (matrices). Popular motifs included coats of arms and biblical scenes. The exterior of the beakers is decorated with iron gobe and salt glaze.
Raeren, located in present-day German-speaking Belgium near Aachen, was one of the most important centers for the production of stoneware (German: Steinzeug) in Europe between the 14th and 17th centuries. In its heyday in the 16th century, some 50 kilns produced more than 600,000 objects annually, which, via the Dutch East India Company (VOC), even reached markets in Asia and America. It was the “Tupperware of the Renaissance”: indestructible and hygienic. Unlike regular pottery, stoneware is fired at extremely high temperatures (between 1200°C and 1300°C). This fuses the clay (sintering), making the material waterproof and as hard as stone, even without glaze. Its favorable location near high-quality clay deposits and extensive forests for firewood made Raeren an industrial epicenter in the early modern period. Raeren stoneware is often recognizable by its gray body, brown sheen on the exterior, and the use of iron gobe (which gave it its color) and salt glaze. Salt glaze was created by throwing salt into the kiln during firing, giving the jugs their characteristic “orange peel” texture.
The first Schnelle (T04115) has a central round appliqué depicting the baptism of Christ in the Jordan River with John the Baptist, God the Father, the Spirit (dove), and an angel offering a towel, along with the typical backwater around the figure of Christ. This Schnelle can be dated to the second half of the 16th century.
The second Schnelle (T04117) has a diamond-shaped appliqué featuring a double-headed eagle and the date 1583. In the Holy Roman Empire, the double-headed eagle was the ultimate symbol of imperial power and the succession of the Roman Empire. The two heads symbolized the emperor’s universal claim to both temporal and spiritual power. One head looked to the West (Rome) and the other to the East (Byzantium/Constantinople), reflecting the ambition to be the legitimate heir to the entire Roman Empire. Although the eagle’s symbol dates back to Roman antiquity, the double-headed eagle was only officially established as the imperial coat of arms of the Holy Roman Empire under Emperor Sigismund around 1433. Because the imperial title remained almost continuously in the hands of the Habsburgs from the 16th century onward, the double-headed eagle became synonymous with their family identity. The year 1583 is significant because it was the year in which the so-called Cologne War (also called the Truchsessian War) began within the Holy Roman Empire, a crucial religious and political conflict that lasted until 1588. The trigger was the conversion of Gebhard Truchsess von Waldburg, the Archbishop and Elector of Cologne, to Calvinism. However, he wanted to retain his office and secularize the Electorate, which was contrary to the rules of the Peace of Augsburg (1555). Because Cologne was one of the seven electors that elected the emperor, Catholics feared that a Protestant majority in the electoral college would destroy the Catholic character of the empire. For the Raeren region, this conflict was of great significance: the war devastated large parts of the Rhineland, which put pressure on the local economy and ultimately contributed to the migration of potters to safer areas such as the Westerwald.
The third Schnelle (T04118) also has a diamond-shaped applique with with the Nuremberg city coat of arms. At the top is a bishop’s crown, in the center a multi-part shield. This shield has six horizontal bars in the left half, with fields divided between them with a half double-headed eagle (top) and four triangular fields (bottom). The right half is diagonally divided by two multi-part bars, a flower above and below, and a tendril ornament in the middle. This Schnelle can be dated to the last quarter of the 16th century.
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 1: Mattheus Helmont (1623 – 1679), De bevrijding van Petrus (detail), ca. 1650. Olieverf op paneel, 62 x 83 cm (privécollectie)
- Afb. 2: Adriaen Brouwer (navolger), Drankpartij in de kroeg (detail), ca. 1700. Olieverf op paneel, 38 x 50 cm (Amsterdam, Rijksmuseum, inv.nr. SK-A-4041)
- Afb. 3: Adriaen van Ostade (1610 – 1685), Vioolspeler (detail), 1673. Olieverf op paneel, 45.2 x 42 cm (Den Haag, Mauritshuis, inv.nr. 129)
- Afb. 4: Schnelle met ruitvormig wapen. Raeren, 1583 (Collectie Töpfereimuseum Raeren, Inv.nr. 1027)
- Afb. 5: Schnelle met voorstelling van de ‘doop van Christus’. Steengoed, zoutglazuur, diam. bodem 10,5 cm, Raeren. (Turnhout, collectie Taxandriamuseum,T04115)
- Afb. 6: Medaillon met de ‘Doop van Christus’ (Collectie Töpfereimuseum Raeren, Medaillon 202)
- Afb. 7: Schnelle met dubbelkoppige adelaar. Steengoed, zoutglazuur, diam. bodem 8 cm, Raeren. (Turnhout, collectie Taxandriamuseum,T04117)
- Afb. 8: Ruitvormig wapenmedaillon met ruitvormig wapen met dubbelkoppige adelaar (uitgewerkte en gedateerde versie) (Collectie Töpfereimuseum Raeren, Wappen 0026)
- Afb. 9: Schnelle met wapenschild van Nürenberg. Steengoed, zoutglazuur, diam. bodem 9,2 cm, Raeren. (Turnhout, collectie Taxandriamuseum,T04118)
- Afb. 10: Ruitvormig wapenmedaillon met het wapen van Nürenberg (Collectie Töpfereimuseum Raeren, Wappen 0324)















