Archeoloog Wim Tiri werkt als vrijwilliger in ons onroerenderfgoeddepot. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
Drie zogenaamde Schnelles voor de prijs van één… Deze drinkbekers worden gekenmerkt door hun slanke, hoge en licht conische vorm, gedecoreerde wanden in reliëf en drie hoepels boven en onderaan de beker. Het crèmekleurige, ongeglazuurde steengoed is kenmerkend voor de steengoedproductie uit Siegburg, wat op grote schaal via de Hanze geëxporteerd werd.
English summary at the bottom of the blog
‘… Uit het Rijnland: uit Siegburg, Keulen, Frechen, Raeren. In Keulen ontstaan, werd ze spoedig door de Siegburgse pottenbakkers overgenomen en zeer kunstvaardig ontwikkeld. Siegburg mag daarom worden vooraan geplaatst. Reeds een eeuw vroeger dan de naam ergens toevallig opduikt in onze boedellijsten (1624), begint de snelle een snelle en glanzende loopbaan in de Siegburgse pottenbakkerswereld, vooral in de werksteden der Meesters Christian Knütgen, Hans Hilgers en Franz Trac. … De naam snelle is zeker overgenomen uit het Duits waarin Schnelle wordt gezegd, … maar houdt die naam verband met het snel groeien van de pot op de draaischijf. … ‘ (uit: Jozef Weyns, Volkshuisraad in Vlaanderen, deel 2, p. 599-600)
Siegburg is gelegen aan de Sieg, een zijriviertje van de Rijn, waar al vanaf het einde van de 11de eeuw aardewerk werd geproduceerd. Het is echter pas vanaf het begin van de 14de eeuw dat er klinkend hard gebakken steengoed werd gebakken. De gebruikte klei, die voor een groot deel bestaat uit kaolien, kwam uit de directe omgeving en leverde een fijnkorrelig (zuiver) lichtgrijs tot crèmekleurig baksel op. Door de toenemende concurrentie in de tweede helft van de 15e eeuw nam de productie sterk af. De verwoesting van de pottenbakkerswijk in 1684 door het Zweedse leger betekende het definitieve einde van de pottenbakkersindustrie. Typische vormen uit Siegburg zijn de drinkschaaltjes, ‘eierdop’kopjes, trechterbekers (kleine bekers met een trechtervormige hals) en de zogenaamde Schnelles.
Een Schnelle uit Siegburg heeft een slanke, hoge licht conische vorm, een platte basis (standvlak) en een verticaal aangezet lintoor. Een opvallend kenmerk bij deze bekervorm zijn de ‘banden’ onder en boven, een overblijfsel of imitatie van de hoepels die dienden om de duigen van de houten bekers bijeen te houden. De meeste Schnelles hebben drie banden, de vroege types van rond 1550 hebben er twee. Uit deze beker werd bier, cider of most (een halfgegiste wijn) gedronken – water was immers vaak vervuild en een bron van bacteriën). De Schnelles uit Siegburg dateren meestal uit de tweede helft van de 16de eeuw.
Schnelles werden uiteraard ook in andere pottenbakkerscentra gemaakt, zoals in Keulen en Raeren. Zo komen in vorm overeen met deze uit Siegburg maar zijn minder hoog en bruin van kleur (omwille de gebruikte engobe en zoutglazuur). Ook zijn de appliques vaak minder scherp afgelijnd omwille het gebruik van de engobe.
De Schnelles zijn haast altijd voorzien decoratieve appliques, aangebracht door middel van een matrijs met een uitgesneden tekening. Op de matrijs wordt een plakje klei gelegd, dat wordt aangedrukt waardoor een positieve afdruk overblijft. Deze applique wordt nadien op de beker gekleefd door middel van een kleipapje. De Schnelles uit het derde kwart van de 16de eeuw zijn vaak versierd met rechthoekige appliques met bijbelse voorstellingen. In het laatste kwart van de 16de eeuw worden steeds vaker familie- of stadswapens afgebeeld naast zinnebeelden en deugden en verdwijnen de bijbelse scènes.
Uit drie opgravingen in en rond Turnhout komen evenveel Schnelles met appliqueversiering. Alle drie hebben ze horizontaal opgelegde banden aan rand en bodem, een verticaal aangezet lintoor (waavan enkel de aanzet bewaard is) en een standvlak (s2-sne-1). Aan de buitenzijde zijn de bekers voorzien van een spaarzaam zoutglazuur.
Uit de opgraving Brepols (Turnhout, 2009) komt een Schnelle met drie appliques waarin centraal een medaillon met een mannenhoofd; de hoofden links en rechts van het oor staan in profiel en kijken naar het hoofd op de middelste applique (dat recht voor zich uitkijkt). Allicht zijn dit de hoofden van drie historische figuren, die stonden voor heldenmoed en een voorbeeldfunctie hadden: Alexander de Grote (links), Julius Caesar (midden) en Hector van Troje (met baard, rechts). Op andere vergelijkbare Schnelles komen ook personen voor uit het Oude Testament (Jozua, koning David en Judas de Makkabeeër) of uit de christelijke geschiedenis (koning Arthur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon). Het bovenste en onderste deel van de reliëfs bestaat uit krulwerk en bloemranken. De rand en het verticaal aangezet lintoor ontbreken. Deze Schnelle kan gedateerd worden rond 1550‐1570.
Uit de opgraving Jacobsmarkt (Turnhout, 2009) komt een wandfragment van een Schnelle met de zelfde appliqueversieringen als deze hierboven beschreven, waarbij de derde (en enig bewaarde) applique de medaillon toont van de naar links kijkende Hector van Troje.
De Schnelle uit de opgraving Opstal (Oud-Turnhout, 2019) is een buitenbeentje omwille de combinatie van de getoonde personages. De beker is versierd met drie verticaal aangebracht appliques met elk een personage: Koning David (REX DAVIT, naar links kijkend), Heilige Helena (met boven het hoofd in een banderol de vermelding ‘SANT HILLENNA ◊ 1569’ en onderaan in een rechthoek ‘HANS ◦ HAN’) en Koning Arthur (KUNNIG ARTUS, naar rechts kijkend). De appliques zijn links en rechts afgeboord met de bovenlichamen van bachanten en grotesken op een sokkel, en zijn bovenaan voorzien van een duivelskopje. De rand en het verticaal aangezet lintoor ontbreken. Deze Schnelle is gedateerd 1569. Een gelijkaardige drinkbeker is terug te vinden in het Kunstgewerbemuseum in Berlijn.
De combinatie van deze drie figuren is opmerkelijk, want hun relatie ligt iconografisch niet direct voor de hand. Een gangbare figuratieve decoratie in die periode zijn drie figuren uit de serie van de ‘negen besten’. Dit was een vaste reeks historische personen die voor heldenmoed stonden en een voorbeeldfunctie vervulden. Er waren drie heidense figuren (Alexander de Grote, Julius Caesar en Hector van Troje – of zoals deze ook te vinden zijn op de Schnelle uit de Brepols-opgraving), drie personen uit het Oude Testament (Jozua, koning David en Judas de Makkabeeër) en drie personen uit de christelijke geschiedenis (koning Arthur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon). Dit lijstje kan ook aangevuld worden met enkele voorbeeldige, deugdzame vrouwenfiguren: Judith (die staat voor de overwinning van het goede door het kwade, als redder van Gods volk en wordt afgebeeld met een zwaard en het hoofd van Holofernes), Esther (die bijdroeg aan het voortbestaan van het Joodse volk), Helena (die staat voor geloof en vroomheid) en Lucretia (zij is geen Bijbelse figuur maar staat wel voor die staat voor deugd).
Helena van Constantinopel houdt in haar rechterhand een kruis en met haar linkerhand trekt ze haar kleed wat op. Heilige Helena was één van de invloedrijkste figuren in het vroege christendom. Ze was de moeder van de Romeinse keizer Constantijn en had zich rond 325 bekeerd tot het christendom. Haar bekendste daad was haar pelgrimstocht naar het Heilige Land waar ze actief zocht naar de heilige plaatsen die met het leven en de dood van Jezus Christus verbonden waren. Daar vond ze het verloren kruis, waaraan Jezus werd gekruisigd, terug. In de iconografie wordt Helena frontaal afgebeeld met een groot kruis, rijk versierde contemporaine kleding en een keizerskroon, die haar koninklijke status en haar rol als moeder van keizer Constantijn benadrukken. Een weetje, Helena van Constantinopel is de beschermheilige voor onder meer archeologen (omwille het vinden), bekeerlingen, moeilijke huwelijken en gescheiden mensen.
Naast deze ‘negen besten’ zijn er ook nog de decoraties met de zeven personificaties van deugden: vier kardinale deugden uit de oudheid – Prudentia (Wijsheid), Temperantia (Matigheid), Fortitudo (Dapperheid, Kracht) en Justitia (Gerechtigheid) – en drie christelijke deugden – Fides (Geloof), Spes (Hoop) en Caritas (Liefde). En deze deugden hadden ook tegenhangers: tegenover Caritas staat Avaritia (Gierigheid), tegenover Fides Infidelitas (Ongeloof) en Idolatria (Afgoderij) en tegenover Fortitudo Timor (Vrees). En voor de kerk waren er ook nog Libido (Lust) en Avaritia (Gierigheid).
Uiteraard bestaan er drinkbekers waarop bovenstaande personages en/of personificaties in wisselende combinaties met elkaar staan afgebeeld, zo ook de Schnelle uit de opgraving Opstal met drie helden: Koning David (als held uit het Oude Testament), Koning Arthur (als held uit de christelijke geschiedenis en staat voor idealen als moed, loyaliteit, barmhartigheid en rechtvaardigheid en Helena (een vrouw die stond voor geloof en vroomheid). De decoraties op het steengoed hadden dan ook vaak een betekenis voor de gebruiker. In samenhang met een humanistische vorming diende het beeld tot stichting en lering. Deugden waren er om nagestreefd te worden, voor ondeugden moest men oppassen.
Als afsluiter nog iets over de vermelding van de naam ‘HANS HAN’ (onderaan de beeltenis van Sint-Helena). hierover schreef Otto von Falke in 1907 de volgende wetenswaardigheid: ‘Hans Han sucht man in den Siegburger Urkunden vergebens. Vielleicht ist es der Name eines Bestsellers’. Er is (nog) niet geweten of deze persoon een verkoper was, een pottenbakker of een matrijzenmaker. Wel kwam ik de naam Hans Han tegen in de drukkerij van Plantin Moretus in Antwerpen, waar deze tussen 1569 en 1572 als letterzetter werkzaam was. Of met andere woorden, er zijn nog onzekerheden in het leven… wordt vervolgd…
summary
Three so-called Schnelles for the price of one… These drinking vessels are characterized by their slender, tall, and slightly conical shape, decorated walls in relief, and three hoops at the top and bottom. The cream-colored, unglazed stoneware is typical of Siegburg stoneware production, which was exported on a large scale via the Hanseatic League.
Where pottery was produced as early as the late 11th century. However, it wasn’t until the early 14th century that resounding, hard-fired stoneware was produced. The clay used, largely composed of kaolin, came from the immediate area and produced a fine-grained (pure) light gray to cream-colored ware. Due to increasing competition in the second half of the 15th century, production declined sharply. The destruction of the pottery district in 1684 by the Swedish army marked the definitive end of the pottery industry. Typical Siegburg shapes include drinking bowls, eggcup cups, funnel-necked beakers (a ’trichterhalsbecher’ – small beakers with a funnel-shaped neck), and the so-called Schnelle.
A Schnelle from Siegburg has a slender, tall, slightly conical shape, a flat base (standing surface), and a vertically attached ribbon handle. A striking feature of this cup shape is the “bands” at the top and bottom, a remnant or imitation of the hoops that held the staves of the wooden cups together. Most Schnelles have three bands, while early models from around 1550 have two. Beer or cider were drunk from this cup – water was often contaminated and a source of bacteria. The Schnelles from Siegburg generally date from the second half of the 16th century.
An excavation in the city centre has revealed a Schnelle with applique decoration with medallions containing the heads of three historical figures who represented heroism and served as role models: Alexander the Great (left), Julius Caesar (centre) and Hector of Troy (with beard, right). And a beaker from an excavation outside Turnhout is decorated with three vertically applied appliqués, each depicting a figure: King David (REX DAVIT, looking left), Saint Helena (with the inscription “SANT HILLENNA ◊ 1569” in a band above her head and “HANS ◦ HAN” in a rectangle below), and King Arthur (KUNNIG ARTUS, looking right). The appliqués are bordered on the left and right with the torsos of bachants and grotesques on a plinth, and topped with a devil’s head. The rim and the vertically attached ribbon handle are missing. This Schnelle is dated 1569. A similar Schnelle can be found in the Kunstgewerbemuseum in Berlin.
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 1: Joachim Beuckelaer, Bordeeltafereel (detail) (Antwerpen, KMSKA, inv.nr. 858)
- Afb. 2: Jan Miense Molenaer, De vijf zintuigen: Het gehoor, 1637 (Den Haag Mauritshuis, inv.nr. 574)
- Afb. 3: Jan Baptist Saive, Fleischmarkt (November-Dezember), 1590 (Kunsthistorisches Museum Wien, Gemäldegalerie, inv.nr. 7628)
- Afb. 4: Snelle (Kontich Museum), uit: Jozef Weyns, Volkshuisraad in Vlaanderen, Beerzel, 1974, deel 2, p. 604, afb. 352
- Afb. 5 – 6 – 7: Schnelle met drie appliques. Steengoed, zoutglazuur, diam. bodem 10.3 cm, Siegburg, 1550 – 1575. (Erfgoed Noorderkempen, opgraving Brepols, context S442 – contextdatering 16de eeuw, Depotnr. 2009_161_0472)
- Afb. 8: Wandfragment van een Schnelle met appliqueversiering. Steengoed, zoutglazuur, Siegburg, 1540 – 1570. (Erfgoed Noorderkempen, opgraving Jacobsmarkt, context S393 – contextdatering 1450 – 1550, Depotnr. 2009_073_0735)
- Afb. 9 – 10 – 11: Schnelle met drie appliques. Steengoed, zoutglazuur, diam. bodem 10.3 cm, Siegburg, 1550 – 1575. (Erfgoed Noorderkempen, opgraving Opstal – Oud-Turnhout, losse vondst, Depotnr. 2019-208-0002)
- Afb. 12: ‘Schnelle mit Figuren’ (König David, Hl. Helena, König Artus), 1569 (Berlin, Kunstgewerbemuseum, inv.nr. 1906,20)


















