Archeoloog Wim Tiri zit in ons onroerenderfgoeddepot tussen de scherven. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.
De herfst is in het land, de natuur kleurt in tinten tussen geel en rood. Maar oranje is als tussenkleur de kleur van de goudsbloemen die hier vandaag ter sprake komen. Deze bloem staat immers heel aanwezig op de ziel van een majolicabord gevonden bij de verbouwingen van één van de woningen in het begijnhof van Hoogstraten. Helaas komt deze bodemscherf uit een onbekende context van het begijnhof van Hoogstraten. Uit deze context komen nog meer (majolica)scherven waarvan een selectie via deze link kan bekeken worden.
Majolica
Alvorens verder in te gaan op de afbeelding, eerst een woordje uitleg wat majolica is. Majolica onderscheid zich van ‘gewoon’ aardewerk doordat het minstens twee keer gebakken wordt. Na een eerste bakking wordt het voorwerp overdekt met een tinhoudend glazuur; bij een bord is dit de bovenzijde, bij een kan de buitenzijde. Na het drogen blijft er een ondoorschijnende witte laag die kan beschilderd worden met kleurende metaaloxiden zoals kobalt voor blauw, koper voor groen, antimoon voor geel, mangaan voor paars en ijzer voor oranje. Hierna wordt bij het voorwerp aan de onderzijde (voor en bord) of de binnenkant (voor een kan) loodglazuur aangebracht en volgt een tweede bakking.
Waar majolica is ontstaan, is moeilijk vast te stellen omdat het een resultaat is van eeuwenlange ontwikkeling. Vermoedelijk gebeurde dit in het Islamitische oosten, het huidige Irak, Iran en Egypte waar al vroeg geëxperimenteerd werd met het imiteren van het Chinees porselein. Via de Moren kwam de productiekennis naar Spanje waar Valencia in de 15de eeuw uitgroeide tot een belangrijk productiecentrum van de met metaalkleuren versierde majolica (het zgn. goudlusteraardewerk). Via handel, waarbij de vaarweg liep langs het eiland Majorca, kwam dit aardewerk naar Italië waar het benoemd werd als majolica. Echter ook in Italië kwam, dankzij de Moren, in de 15de eeuw de majolicaproductie snel op gang. En het is van daar dat de productkennis werd overgebracht naar onze streken, waarbij Antwerpen in het begin van de 16de eeuw (en niet veel later ook verschillende steden in Nederland) een belangrijk productiecentrum werd.
Calendula officinalis
Op de ziel van het bord staat een heel herkenbare bloem: de Calendula of Goudsbloem of (Engels: Mariagold). Deze bloem was oorspronkelijk te vinden in het Zuid-Europeese Middellandse Zeegebied en geeft meestal oranje bloemen, al durven deze soms wel eens geel te zijn. Deze éénjarig plant (die bloeit van mei tot november) wordt 30-45 cm hoog, heeft stompe bladeren en gekromde zaden.
“Gouts-bloemen. Deze worden gezaeyt in ’t begin van Maert, en daer zijnder van verscheyde soorten / als groote dubbelde met Kinderen / heele geele / bonte / enckelde / die de Boeren gebruycken / om de Boter te verwen ; de zelve van zaet gevallen / blijven des Winters over staen.” (Uit: Jan van der Groen, Den Nederlandtsen hovenier, 1669, folio 40)
Consumptie
De goudsbloem is eetbaar en kan op verschillende manieren worden geconsumeerd, zoals het gebruik van de bloemblaadjes in salades, soepen en rijstgerechten voor kleur en smaak. Het beste is om ze pas op het laatste moment toe te voegen om de kleur te behouden. De bloemblaadjes hebben een milde, licht kruidige tot ietwat bittere smaak en kunnen zowel vers als gedroogd worden gebruikt. Ook zijn ze populair voor het maken van thee die verzachtende eigenschappen heeft (overgiet hiervoor twee eetlepels gedroogde goudsbloemblaadjes met kokend water en 20 minuten en laat 20 minuten trekken. Dit kan helpen bij maag- en darmklachten). De bloemen kunnen ook gebruikt worden als kleurstof voor kaas, boter en andere levensmiddelen. De bloemblaadjes kunnen dienen als goedkoper alternatief voor saffraan om gerechten een gele kleur te geven.
Geneeskrachtige werking
De jonge bladeren en de bloemen heilzaam voor gal en lever, zijn ideaal in de ondersteuning van de spijsvertering en helpen bij de verlichting van maag- en darmklachten en menstruatiekrampen. Van de plant worden ook zalf en tinctuur gemaakt. Deze hebben als eigenschap dat ze wondsamentrekkend, huidherstellend en desinfecterend werken. In de bloembladen zit etherische olie die gebruikt kan worden in zalf.
Het Capitulare de villis van Karel de Grote uit ca. 812, een richtlijn voor het inrichten van domeinen, geeft een lijst van 73 planten en 16 fruitbomen. De kloostertuinen die zo typerend zijn voor de latere Middeleeuwen werden sterk beïnvloed door dit overzicht. Zo stonden er bijvoorbeeld in de 15de eeuw nog steeds grotendeels dezelfde planten in als Karel de Grote zeven eeuwen eerder adviseerde. Ook de goudsbloem kwam in het Capitulare voor.
Olie
De vruchten zijn oliehoudend. Goudsbloemolie gewonnen uit de vruchten kan gebruikt worden als bindmiddel in verven en lakken. Na bewerking is deze olie ook geschikt als verfverdunner ter vervanging van andere verdunners.
Enkele tips
De goudsbloem is dus niet giftig en kan veilig worden geconsumeerd. Zorg er wel voor dat de goudsbloemen die je consumeert afkomstig zijn uit een betrouwbare bron en niet zijn behandeld met pesticiden of andere chemicaliën. Verse bloemen kunnen het beste in de koelkast worden bewaard en vlak voor gebruik worden gewassen.
Symboliek
Er is een mythe die gaat over de mooie Aphrodite. Toen haar Adonis stierf zouden er uit haar tranen goudsbloemen gegroeid zijn. Een ander verhaal gaat over de zonnegoden Apollo en Crimnon die elkaar liefhadden. Toen een jaloerse god dit zag, onttrok hij Apollo van het zicht door de lucht te bedekken met donkere wolken. Tijdens deze acht dagen stierf Crimnon van uithongering en verdriet. Op de negende dag, toen Apollo tevoorschijn kwam, veranderde hij Crimnon in een goudsbloem. Hierdoor is de symboliek van de bloem “een vaarwel”.
In het christendom is de goudsbloem gewijd aan Maria. In de middeleeuwen verbond men vaak de naam van Maria aan iets dat mooi was. Vandaar de naam ‘Mariagold’ voor de goudsbloem. Andere volksnamen voor de goudsbloem zijn ‘kroningsbloem’ of ‘oranjebloem’ omdat de plant een historische verbintenis heeft met het hof van de Oranjes.
Heksen gebruiken de plant bij spreuken met betrekking tot de gezondheid of bescherming.
Als poëtische afsluiter
William Shakespeare beschreef de goudsbloem in zijn toneelstuk ‘The Winter’s Tale’, waar hij de bloem associeert met de zon: The marigold, that goes to bed wi’th’ sun, And with him rises,weeping. (De goudsbloem gaat gelijk met de zon slapen, en komt er huilend weer mee op). Dit gedicht, en andere fragmenten uit zijn werken, tonen de bewondering van Shakespeare voor de goudsbloem en zijn fascinerende eigenschap om zijn blaadjes bij zonsondergang te sluiten en bij zonsopkomst weer te openen.
Info bij de afbeeldingen:
- Afb. 1: Randtegel met bladrank met goudsbloemen, tinglazuur, polychrome beschildering. 1ste helft 17de eeuw (Leiden, Museum de Lakenhal, inv.nr. 9858)
- Afb. 2: Bodem van een majolicabord, tandring (met ophanggat). Inwendig: tinglazuur en polychrome beschildering (kobaltblauw, geel, oker en groen) (vlag: ornamentale rand, spiegel: goudsbloem), uitwendig: groenig loodglazuur. Noordelijke Nederlanden, 1575 – 1625. (Depot Erfgoed Noorderkempen, Collectie Stedelijk Museum Hoogstraten, depotnr. 1994_001_0050)
- Afb. 3: Bloemtegel, Goudsbloem en ossenkop als hoekmotief, tinglazuur, polychrome beschildering. 1635 – 1660 (Museum Rotterdam, inv.nr. 5757)
- Afb. 4: Calendula – Sousy – Mariogold – Ringelblumen, uit: Crispijn van den Passe, Den Blom-hof, Amsterdam, 1614. Crispijn toont de bloem in volle bloei en de knoppen zowel gesloten als half open. De hoeken van de prent vulde hij op met elegante ornamenten.
- Afb. 5: Franz Eugen Köhler, Calendula Officinalis, uit: Franz Eugen Köhler, Köhler’s Medizinal-Pflanzen, 1897.











